De geest van Emmett Till
- Marc Cuypers
- Apr 9, 2023
- 6 min read
Updated: Apr 21, 2023
Wees voorzichtig! Hoorde ik mijn moeder nog zeggen. Simoen en de rest stonden ongeduldig te wachten want we zouden naar het dorp gaan. Het was al een fantastische zomer geweest in Money Mississippi waar mijn ouders hun vakantie doorbrachten. Ik had me al snel aangesloten bij een groep jongeren die hier rondhangen. Simoen was zowat het haantje-de-voorste van de groep en de dichtstbijzijnde buur, we haalden voortdurend grappen uit bij elkaar. In het dorp aangekomen gingen we naar de plaatselijke buurtwinkel Bryan’s Grocery wat drank halen, de hitte buiten was bijna ondragelijk. Terwijl we met zijn allen wat onnozel aan het doen waren kwam er een vrouw binnen, gelijktijdig duwde Simoen mij in de rug waardoor ik op de vrouw botste, iedereen in de groep begon te lachen. “ Kan je niet uitkijken… boy!’ riep zij tegen mij. Ik keek haar bang aan terwijl ik drie stappen achteruit ging en bijna over mijn eigen voeten struikelde. “Maak dat jullie hier wegkomen", riep de winkelier die ons al een hele tijd in het oog had. We liepen weg zonder iets. Zie je nu wat je gedaan hebt Simoen? Het beste is om van die mensen zo ver mogelijk vandaan te blijven, heeft mijn moeder nog gezegd, zei ik aangedaan met wat er gebeurd was. Stel je niet zo aan Emmett, kom we gaan naar de waterbron op de markt, daarvan kunnen we drinken, zei Simoen. Na een paar uren ravotten en wat ballekes gooien op het Basketplein vlak naast de parochie waren we het incident al snel vergeten. "Het wordt tijd dat ik naar huis toe ga want mijn moeder zal op mij wachten voor het eten” zei ik tegen mijn vrienden. Oké, Emmett, we zien u morgen wel. Natuurlijk, en morgen win ik met de basket. Lachte ik.
Al fluitend wandelde ik richting het huis waar mijn familie en ik deze zomer verbleven. Ik hoorde in de verte een bluesmuzikant spelen terwijl het droge gras meebeweegt met de wind, de lucht was helder blauw en droog, geen wolkje te zien. Er kwam een wagen, een Ford F een, ik ken ze goed genoeg want mijn oom heeft dezelfde… heel traagjes achter mij aan, zo dicht dat ik er zenuwachtig van werd.
Ik draai mij om en zie twee mannen in de wagen aan het discuteren tegen elkander. De auto stopte en de twee mannen stapten uit. Ik wilde gaan lopen, maar ik bevroor, onbeweeglijk stijf van angst, ik voelde dat dit niet goed ging aflopen. “Is dat hem, Roy!” hoorde ik ze nog zeggen. "We pakken hem en we brengen hem naar mijn schuur aan de Tallahatchie-rivier." “Ok, Roy!" Zei Milam. Hij had een grote katoenen zak bij zich en vanaf toen werd het donker totdat we bij een schuur waren.
Terwijl ze me binnenbrachten in de schuur werd ik langs alle kanten geslagen en geschopt. Ze smeten mij op de grond neer…” En boy! Wat was dat daar bij de kruidenier,” riep Roy. “Grote meneer hè vrouwen lastig vallen." “ Ik heb niets gedaan!" zei ik. Amper nog kunnen spreken omdat mijn kaken al helemaal opgezwollen waren. Terwijl ze vragen stelde, bleven ze mij schoppen en slaan. “Ik zal je leren, om nog maar naar onze vrouwen te kijken." Toen kwam Roy af met een schroevendraaier richting mijn oog. “Wij zijn het kotsbeu dat jongeren zoals jij uit Chicago de boel hier op stelten komen zetten." Ondertussen duwt hij de schroevendraaier in mijn rechter oog. Ik schreeuwde het uit van de pijn en riep om te stoppen maar hij… Ik voelde mij helemaal duizelig. Alles werd donker, koud en dan werd het weer troebel. Ik zag Roy met mijn rechteroog in zijn hand. Lucht… Ik ademde even, maar de pijn was zo onverdraaglijk dat ik het bewustzijn nogmaals verloor. Ik merk dat mijn geest wegkwijnt, het is pikkedonker… dan werd het weer lichter en ik begon weer te zien, maar dit keer is het anders. Al de pijn is weg, ik voelde niets meer en ik was toeschouwer geworden van mijn eigen gebeurtenis. Ik hing boven mijn lichaam…
Ik zie ze nog verder schoppen, en Milam was met een oude koevoet op aan het slaan. Ik probeer nog te roepen dat ze moeten stoppen, maar ze reageren niet. Ik besef dat het voor mij gedaan is… Ik ben er niet meer. Dood! Ik had me het wel anders voorgesteld… eigenlijk had ik er, zelfs nog niet over nagedacht. Tijd genoeg, nog een heel leven voor mij. Nee, dit was niet verwacht. Roy! Zei Milam stilletjes, misschien beseffen wat hij gedaan had, ik denk dat hij dood is. Niks verloren aan dat soort, kom pakt de prikkeldraad en die ventilator mee, we smijten hem in de Tallahatchie-rivier diep genoeg dat ze hem niet kunnen vinden. Milam sleurde me naar de wagen, een rood spoor bleef achter. Dat is mijn bloed! Aan de rivier draaien ze de prikkeldraad rond mij samen met die ventilator vast aan mijn lichaam. Roy neemt een geweer uit de truck en schiet in de richting van mijn hoofd, vlak tegen mijn oor alsof ik nog niet dood genoeg was. Daarna werd ik in de rivier gesmeten, water rimpels en wat luchtbellen is het laatste wat er te zien is. Diep in het koude water zink ik, vastgebonden met prikkeldraad aan een ventilator.
Een paar dagen later zag ik twee vissers aankomen, ze hadden van alles bij: vislijnen, een bak met haken, visdraad, wormen. Twee stoeltjes en in een zak wat bier, koffie en waarschijnlijk nog iets om te eten. Dat was ik al vergeten, eten. Mijn moeder, mijn arme moeder wachtend op mij, niet wetend wat er gebeurd is. Ik kan het haar niet meer vertellen, alleen mijn geest blijft over de rest ligt daar in het water niet ver van de visser vandaan. Waarom ben ik hier nog? Waarom ben ik niet gewoon dood? Vraag ik mezelf af. Ze praten over een jongetje uit Chicago dat vermist is, nog maar net 14 jaar hoorde ik. Het is het gespreksonderwerp van het dorp, overal hebben ze al gezocht bleek uit hun conversatie. Dat ben ik, hier ben ik! Daar in het water probeer ik te roepen, maar de jongens horen me niet. Ik voelde me hulpeloos, toch probeer ik er alles aan te doen om die gasten hun aandacht vast te krijgen, niets lukt. Ik ben niet meer van hun wereld dat is voorbij. Ik duik het water in op de plaats waar mijn lichaam ligt te rotten, ik herken mijzelf niet meer, mijn lichaam is helemaal opgezwollen door de verwondingen en het water. Als ik terug aan de oppervlakte van het water ben kom ik tussen de algen terecht die blijken te bewegen als ik er tegen duw, dit is mijn kans. De algen bewegen niet veel maar toch. Ik beweeg mij zoveel mogelijk in en uit het water, dus ik heb toch nog een beetje voeling met fysiek wereld zoals een echt spook. Heb je dat gehoord Will, Ik hoor niets, Je verbeeld maar iets. Zegt Will. Komt door het bos waarschijnlijk, het heeft altijd iets vreemds, samen met de stroming van het water. Kijk daar tussen de algen, luchtbellen. Door het ontbinden van mijn lichaam was er gas vrij gekomen. Will neemt een lange stok Dat tussen de struiken en de varens. Doe maar voorzichtig Will, er zit veel stroming op het water. Ondertussen kwam de prikkeldraad van de ventilator los waar het aan vast hing, zodat mijn lichaam terug kwam bovendrijven.
Dat is die jongen! Hoorde ik ze zeggen, waar ze het in het dorp over hadden. Ga jij de sheriff verwittigen, snel! Riep Will. Ik blijf hier bij het lichaam zodat het niet wegspoelt. Ok, zei de andere jongen! Nog geen half uur later zijn de zwaailichten van politiewagens en van de ambulance paraat. Nadat ze mij uit het water gehaald hadden, werd ik naar het mortuarium gebracht, na een kort onderzoek werd ik zo goed mogelijk opgelapt. Toen dit afgerond was, stopten ze mij in een kist. Nog dezelfde dag werd er een wake gehouden in de plaatselijke kerk. Het is een open kist, iedereen kan zien hoe hard ik toegetakeld ben geweest en de ravage door het water die mijn lichaam drie dagen en nachten in de rivier heeft ondergaan. Mijn familie en vrienden en andere mensen uit het dorp kwamen eraan met mijn moeder voorop samen met de tante waar we verbleven, die haar probeerde te ondersteunen. Niemand kon dit geloven, weer door stigmatisering en haat gedreven groep mensen die denken dat ze superieur zijn. Volgens de geruchten zijn er meerdere personen opeens verdwenen en in de Mississippi rivier gesmeten. De volgende dag werd ik begraven. Ik had nog nooit zoveel volk bijeen gezien, zelfs de plaatselijke nieuwszender was er aanwezig. In de periode daarna komen mensen regelmatig bloemen op het graf . En mama komt elke dag langs.
Maar als de jaren voorbij gingen duurde het alsmaar langer voordat ik iemand zag langskomen naar het graf. Ondertussen ligt mijn moeder naast mij, maar haar geest ben ik nog niet tegengekomen. En dan zestig jaar later, zag ik een koppel langs mijn graf komen, ze hadden over mij gehoord op het nieuws, er zou een boek verschenen zijn waarin de vrouw Carolyn Bryant bekende dat er nooit iets gebeurd was bij de kruidenier, ze had het allemaal verzonnen. Daarom bleef ik hier rondhangen. Ik wou de waarheid horen!
Voor de eerste keer sinds mijn dood voelde ik me opgelucht, Ik voelde me bevrijd. Op dat moment kwam er een scherp wit licht waar ik naartoe werd gezogen.
Comments